Welke opbouw voor de plintzone ?

Gevelpleisters op metselwerk: welke opbouw voor de plintzone?

1. Inleiding

Bij de toepassing van een pleister op metselwerk (bestaand of nieuw) krijgen we regelmatig de vraag over de mogelijkheden in plintbereik, en welke de aandachtspunten zijn voor de correcte realisatie van de plintafwerking.

Bij het aanbrengen van een gevelpleister, zowel in renovatie als in nieuwbouw, geldt steeds volgende basisregel : de ondergrond dient stabiel, proper, vrij te zijn van elementen die de hechting kunnen verminderen en duurzaam droog zijn. Dit betekent dat hij droog moet zijn bij de toepassing van de pleisters, maar dit ook in de tijd te blijven. Daarnaast moet de ondergrond eveneens een relatief hoge mechanische weerstand bezitten (bv. betonblokken, nieuwe of oude bakstenen > 1400 kg/m³, …).

Een voorafgaandelijke controle van de ondergrond is dus belangrijk om de haalbaarheid van een gepleisterde afwerking te beoordelen.

2. Voorafgaandelijke controle en eventuele acties

De controle start met een visuele inspectie van de ondergrond. Deze initiële controle zal reeds bepaalde aanwijzingen geven over de eventuele aanwezigheid van vocht, zouten op het oppervlak, groene vlekken, onthechting van het bestaande pleister, vorstschade aan bakstenen, …. Een indicatieve vochtmeting (vb. m.b.v. het type GANN of gelijkaardig) kan zeker nuttig zijn om het vochtgehalte van het metselwerk te bepalen.

Indien deze controles op de aanwezigheid van vocht in de ondergrond wijzen, is het van belang om de oorzaak ervan te achterhalen en op te lossen, vooraleer de renovatiewerken aan te vangen.

De vochtbronnen in een metselwerk kunnen van diverse oorsprong zijn: 

Image 1 soubassement.png

1.    Optrekkend vocht (Slechte positie of afwezigheid van een waterdichtingsmembraan)

2.    Zijdelingse infiltratie (Afwezigheid of gebreken in de verticale afdichting, gebrek aan drainering, …)

3.    Opspattend water (Het water spat uiteen op de grond en raakt de plint op regelmatige basis op een hoogte van +/- 30 cm)

4.    Slagregen (Water dringt in tot in de ondergrond, of zelfs tot in de spouw van de muur)

 

 

 

 

Na deze analyse en diagnose dient men de beslissing te nemen om het metselwerk al dan niet te saneren. Zoals hierboven beschreven bestaan er diverse oorzaken voor vochtproblemen, en bijgevolg zijn er ook meerdere technieken en oplossingen.

 

2.1. Negatieve diagnose

Indien de controle een duidelijke aanwezigheid van vocht aanwijst, is het noodzakelijk om de oorzaak ervan te achterhalen, en deze op te lossen alvorens de pleisterwerken op te starten. Vaak wordt dit probleem veroorzaakt door capillair opstijgend vocht. Doorgaans wordt in dit geval de injecteringstechniek het meest toegepast, waarbij hydrofobe harsen aan de voet van de muur geïnjecteerd worden. Voor dit soort behandeling vraagt men best altijd advies bij gespecialiseerde firma’s.

Na de uitvoering van de injecteringen en na de volledige droging van het metselwerk kan men de pleisters aanbrengen volgens de procedure hieronder.

Bij injecteringen in het metselwerk gaat de afdichting zich niet lineair verspreiden in het metselwerk, maar eerder willekeurig. Het is dus aan te raden om de bepleistering min. 10 à 15 cm boven het injecteringsniveau te starten, om een korstsluiting van deze afdichting te vermijden.

De geïnjecteerde zone dient over een bepaalde hoogte (min. 30 cm) afgewerkt te worden met een materiaal dat vochtongevoelig is (natuursteen, keramiek, …), in samenspraak met de firma die de injecteringen gerealiseerd heeft of de fabrikant van het gebruikte product.

Teneinde dit detail correct uit te voeren moet men vermijden dat de steen uitsteekt ten opzichte van het gevelvlak. Afvloeiend water zou op de horizontale bovenkant van de steen kunnen stagneren en hierdoor voor een regelmatige bevochtiging van het pleisterwerk zorgen, met als gevolg schade op korte termijn. Het is dus aanbevolen om de plint in hetzelfde vlak als de gevel te plaatsen, of een afschuining van de bovenkant te voorzien, teneinde het water doeltreffend af te voeren (zie schets).

 

 

  1. Knauf pleistersysteem afgestemd op de soort ondergrond (klik op de link naar de "Cementwijzer")
  2. Knauf pleisterstopprofiel in inox
  3. Soepele  afdichtingskit
  4. Plint in natuursteen

 

Bijgevolg is het duidelijk dat de toepassing van pleisterwerk in plintbereik alleen op gezonde en duurzaam droge ondergronden mogelijk zal zijn.

2.2. Positieve diagnose

ln aanwezigheid van een droge, propere en stabiele ondergrond, die perfect beschermd is tegen vocht in de tijd (o.a. door een anticapillaire barrière aan de basis van de muur), is het mogelijk om een plint met onze pleisters te realiseren. is Het is belangrijk om niet onder het dichtingsmembraan te bepleisteren, zodat het vocht het membraan niet kan korstsluiten via het pleisterwerk. Het pleister dient eveneens aan de voet beschermd te worden door middel van de dichtingsmassa Knauf Sockel-Dicht, tot onder het membraan en aangesloten op de bouwkundige afdichting (barrière tegen opstijgend vocht), zoals op de schets hiertegen te zien .

Image 5 soubassement NL.png

Image 4 soubassement NL.pngVoor een bepleistering op metselwerk werkt men doorgaans met pleisters van het gamma Knauf MiXem.

Ontdek onze Cementwijzer.

Echter zijn ze niet allemaal geschikt voor een toepassing in plintbereik. Alleen onze basispleister Knauf MiXem Sub is toegelaten, op voorwaarde dat het volgens onze technische voorschriften aangebracht wordt. De volgende MiXem pleisters mogen in geen geval gebruikt worden in plintbereik, m.a.w. op minder dan 30 cm ten opzichte van het afgewerkte grondniveau :

Alvorens de MiXem Sub toe te passen dient de ondergrond altijd behandeld te worden met een hechtmortel, zoals Knauf MiXem VP of Knauf Sockel-SM PRO. Deze laag wordt ofwel gewoon verspoten op de ondergrond in een dikte van ca. 5 mm (voor de Knauf MiXem VP), ofwel in een laag van ca. 5 mm aangebracht en vervolgens horizontaal opgekamd (voor de Knauf Sockel-SM PRO).

In geval van lichte ondergronden (cellenbeton, sommige bakstenen, …) kan men de pleisters Knauf SupraCem SUB of Sockel-SM PRO gebruiken. Hun grotere soepelheid gecombineerd met een kleinere laagdikte zullen de spanningen in de ondergrond verlagen. In deze specifieke gevallen is het echter steeds aangeraden om onze interne technische dienst te raadplegen (technics@knauf.be).

Op basis van bovenstaande is het duidelijk dat de duurzaamheid van een gevelpleister, meer bepaald in plintbereik, vooral afhankelijk is van de kwaliteit van de ondergrond, maar ook van van het ontwerp, de coördinatie tussen de verschillende vaklieden en van de uitvoering van de pleisterwerken.

Knauf maakt gebruik van cookies om u de meest relevante informatie te bieden in functie van uw noden
Meer info Ik aanvaard