Gevelisolatie: het belang van de kwaliteit van de ondergrond

Net als voor bepleisteringenop metselwerk is de duurzaamheid van een buitenisolatiesysteem sterk afhankelijk van de kwaliteit van de ondergrond waarop het wordt aangebracht

In het algemeen moet de ondergrond aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Droog zijn en dit ook blijven na verloop van tijd
  • Stabiel zijn
  • Schoon zijn (vrij van olie, vet, stof of andere losse deeltjes)
  • Voldoende vlak zijn

Alvorens met de isolatiewerkzaamheden te beginnen, is het dus van belang de kwaliteit van de ondergrond te controleren, zo nodig door middel van kleine proeven. Hier zullen wij de belangrijkste aandachtspunten en de eventuele verbeteringsmaatregelen overlopen.

1. Vocht / uitbloeiingen

Een vochtige ondergrond wordt vooral gekenmerkt door de aanwezigheid van kringen, donkere vlekken of verkleuringen. Uitbloeiingen worden meestal gevormd als gevolg van vochtigheidin de ondergrond; door verdamping van dit vocht doorheende ondergrond kunnen zouten of kalk migreren naar het oppervlak, wat gewoonlijk in karakteristieke witachtige vlekkenresulteert.Vocht in de ondergrond kan door de minerale kleefmortel worden geabsorbeerd (door een capillair effect) en de hechting ervan beïnvloeden.Daarom is het van belang dit probleem op te lossen voordat de isolatiepanelen worden aangebracht, bijvoorbeeld door middel van injecteringen in geval van optrekkend vocht of door bepaalde gevelelementen aan te passen (muurkappen, waterdichtingsmembranen, enz.).De ondergrond vervolgens goed laten drogen alvorens verder te werken. Uitbloeiingen kunnen de hechting van de kleefmortel verminderen en moeten daarom vooraf worden verwijderd (bv. door mechanisch af te borstelen).

2. Bestaande lagen

Het is niet ongewoon dat de ondergronden reeds bedekt zijn met een gevelbekleding, hetzij door bestaande pleisters, hetzij door verflagen. Bij aanwezigheid van een bestaande pleisterlaagmoet eerst de stabiliteit ervan worden gecontroleerd. Dankzij een sonderingvan het pleister kunnen niet-hechtende of onstabiele zones worden geïdentificeerd, die vervolgens in alle gevallen moeten worden verwijderd.Bij pleisterlagen kan ook een trekproef van de kleefmortel worden uitgevoerd,indien men twijfeltover de compatibiliteit. Indien onthechting wordt geconstateerd, moet de bestaande laag van de volledige gevel worden afgekapt.Wanneer de gevel met verf bedektis, is het steedsaanbevolen om dezeverf op ten minste 60% van het oppervlak volledig te verwijderen. Dit kan worden uitgevoerd door de gevel te zandstralen of door gebruik te maken van geschikte gereedschappen.In ieder geval is het op zulkeondergrondennoodzakelijk om bij het verlijmen ook de isolatiepanelenvast te pluggen. Het aantal pluggen en de keuze van de kleefmortel hangen af van de aard van de ondergrond.

3. Vlakheid

Een voldoende vlakke ondergrond is noodzakelijk voor een correcte uitvoering van het isolatiesysteem. In geval van twijfel kunnen de aanvaarde vlakheidstoleranties voor een ondergrond worden geraadpleegd in de TV 257 van het WTCB. De kleefmortel kan vlakheidsafwijkingentot 10 mm opvangen als de panelen louter worden verlijmd, en tot 20 mm als de panelen bijkomend geplugd worden. Bij grotere afwijkingen kan een egalisatiepleister vooraf worden aangebracht (bv. Knauf MiXem Light), of kunnen isolatiepanelen van verschillende dikte worden gebruikt. Eventuele plaatselijke uitsteeksels moeten worden verwijderd.

4. Weerstand van het oppervlak

Het oppervlak waarop het ETICS-systeem zal verlijmdwordenmoet een voldoende cohesie vertonen om een duurzame verlijming te verzekeren.Kruimelige en/of stoffige oppervlakken kunnen kan men regelmatig tegenkomen in het kader vanrenovaties, zoals oudecementeringenof oude bakstenen.Dankzij een krasproef met een hard gereedschap kan men nagaan of de oppervlaktecohesie voldoende is, aangezien te zachte oppervlakken niet geschikt zijn als ondergrond. Vervolgens zal een wrijvingmet de handeen indicatie geven over het gehalte aan stofdeeltjes; als er een kleine hoeveelheid vrijkomt, is een voorbehandeling met een fixatiemiddel (zoals Knauf Grundol) voldoende. Als er veel stof vrijkomt, zal het nodig zijn om de isolatiepanelen vast te pluggen en indiennodig de niet-dragende laag te verwijderen

5. Diverse vervuilingen

In de loop der tijd kanmen op buitengevels tal van stoffen en micro-organismen tegenkomen, zoals sporen van lijm, bekistingsolie, mossen, algen, luchtverontreiniging, enz.Al deze elementen kunnen een negatieve invloed hebben op de hechtingvan de kleefmortel en moeten daarom worden verwijderd voordat de panelen worden geplaatst. In het geval van micro-organismen kan een biocidebehandeling naast de mechanische reiniging soms nuttig zijn.

6. Geveldetails

Het is ook van belang om de geveldetails vooraf te controleren en zo nodig aan te passen,teneindede toepassing van een ETICS-systeem mogelijk te maken. Aansluitingen met dorpels, kozijnen, daken en andere bouwelementen moeten uitgevoerd worden volgens degeldende voorschriften van het WTCB (zie onder andere deTV 257).

Conclusie

Een goed voorbereide ondergrond is de eerste belangrijke stap bij de installatie van een buitengevelisolatiesysteem, en zal een doorslaggevende rol spelen inde duurzaamheid ervan. U vindt de volledige specificaties in de technische brochures van onze ETICS-systemen (P322, P323, ...), en onze Technical Competence Center staat altijd tot uw beschikking voor meer specifieke aanvragen.

Heeft u een vraag? Neem contact op met de TCC!

Wilt u meer weten over gevels?

Raadpleeg al onze artikels in de rubriek "Advies".

Meer lezen